Selecteer een pagina

Tips voor het naaien van imitatiebont

Beige imitatiebont close up

Zeker wanneer het buiten wat kouder is, is het super leuk om toffe items van imitatiebont te maken. tegenwoordig doet imitatiebont al lang niet meer onder voor echt bont, en dat is natuurlijk super goed nieuws! Met Faux fur maak je de leukste, warme, aaibare items helemaal zelf. Nu kan deze stof soms wat lastiger zijn dan andere stoffen om te naaien. Daarom geef ik je in deze blog een aantal tips voor het werken met deze mooie stof.

Denk goed na over je patroon

De stof is natuurlijk wat dikker dan andere stoffen. Het is daarom niet aan te raden om niet voor een ingewikkeld patroon te kiezen met veel deel- of figuurnaden. Bij een wat simpeler silhouette komt de stof mooi tot zijn recht. Ben je van plan om een nieuw patroon uit te proberen? Dan kun je voor de zekerheid een proefmodel maken van een andere stof. Op deze manier weet je zeker dat de pasvorm goed is. En dit scheelt een hoop frustratie wanneer je je kledingstuk van imitatiebont anders weer los moet tornen.

Houd je stofzuiger in de aanslag

Tsja, dat is dus wel echt een groot nadeel van imitatiebont, wanneer je de stof gaat knippen geeft dit een enorme troep. Zorg dat je stofzuiger paraat staat en houd eventueel ook een kledingroller achter de hand.

Let goed op de vleug

Imitatiebont heeft een vleug. (wil je meer lezen over wat een vleug is, lees dan zeker ook deze blog). Zorg ervoor dat de vleug van boven naar beneden loopt, je strijkt als het ware met de haren mee, net zoals wanneer je een huisdier aait. Let er ook goed op dat je alle patroondelen in dezelfde richting uit de stof knipt. Het zou zonde zijn als bij je voorpand bijvoorbeeld de vleug van boven naar beneden loopt, en dat bij je achterpand de vleug in tegenovergestelde richting gaat. Je kunt eventueel de draadrichting op de verkeerde kant van de stof aangeven met een pijl. Deze kun je eenvoudig met kleermakerskrijt op de achterkant van de stof tekenen.

De stof enkel knippen

Imitatiebont, zeker een langharige versie, is natuurlijk een wat dikkere stof, het is daarom ook aan te raden om de stof in dit geval niet dubbel, maar enkel te knippen. Je kunt je patroondelen hier alvast op voorbereiden. Heb je bijvoorbeeld een voorpand of achterpand wat je normaal gesproken tegen de stofvouw legt? Dan is het handig om hier alvast één groot patroon van te maken, door deze alvast te spiegelen. De patroondelen kan je het beste op de verkeerde kant van de stof leggen. De naadtoeslag kun je eventueel met kleermakerskrijt aangeven op de stof.

Lange spelden

Niets zo vervelend als vol in speld grijpen, omdat je deze niet zag tussen al die haartjes. Extra lange spelden (48 mm) kunnen hiervoor de oplossing zijn. Je kunt je patroondelen op elkaar spelden door de spelden dwars in de stof te zetten. Op deze manier kun je er ook eenvoudig overheen stikken.

Gebruik een goede schaar

Maak voor het knippen gebruik van een goede scherpe schaar en probeer alleen in de achterkant van de stof, het weefsel, te knippen, niet in de haren. De delen kun je dan voorzichtig van elkaar los trekken.

Het stikken van de naden

Stik de naden in dezelfde richting als de vleug, van boven naar beneden. Kies hiervoor een iets langere steeklengte. Na het stikken zal je zien dat er misschien wat haren tussen de naad zitten, deze kun je voorzichtig met een stompe naald tussen de naad uit halen. Op deze manier is de gestikte naad ook praktisch onzichtbaar.

Gebruik een speciaal voetje

Bij de meeste stoffen zul je geen problemen hebben met het stikken van de naden. Maar bij sommige dikkere stoffen kan het zo zijn dat je naaimachinevoetje niet zo fijn over de stof glijdt. Bij deze stoffen kun je ervoor kiezen om gebruik te maken van een rolvoetje.

Naden openstrijken

Niet alle stoffen zijn hiervoor geschikt, maar sommige versies kun je heel licht strijken. Test dit van te voren wel uit op een proeflapje en leg voor de zekerheid een theedoek tussen je strijkijzer en de stof. Nadat je een naad hebt gestikt kun je deze openstrijken.  Strijk de naden, nadat je deze hebt gestikt voorzichtig open, zodat deze mooi plat liggen. Wanneer de naden vrij dik zijn kun je ervoor kiezen om de haartjes voorzichtig van de naadtoeslag te knippen.

Figuurnaden

Heeft jouw patroon figuurnaden? Dan kun je deze na het stikken voorzichtig openknippen. Op deze manier voorkom je dat dit te dik wordt. Je kunt de figuurnaad ongeveer tot 3-4 cm tot in de punt inknippen. De figuurnaad kun je vervolgens heel licht openstrijken.

Denk goed na over de sluiting

Maak je bijvoorbeeld een toffe bontjas, denk dan goed na over de sluiting. Waar je in een “normale” stof eenvoudig knoopsgaten of een ritssluiting kunt maken is dit bij imitatiebont helaas wat lastiger. Nu bestaan er wel speciale bonthaken. Deze zijn er super tof en geven jouw zelfgemaakte jas een chique uitstraling. Is dit toch niet helemaal jouw ding? Dan kun je eventueel ook kiezen voor grote drukkers. Deze kun je met de hand op jouw jas naaien.

Schoonmaken

Ja, niet echt het leukste klusje. Maar je zult zien dat er misschien wel wat pluizen in jouw naaimachine terecht zijn gekomen. Zorg ervoor dat je deze goed verwijdert, zodat je naaimachine het goed blijft doen. Je kunt hier eventueel een klein borsteltje voor gebruiken.