Selecteer een pagina

Wat is naadtoeslag?

Persoon die het patroon met naadtoeslag op de stof overneemt

Wanneer je bijvoorbeeld een kledingstuk gaat maken, dan is het bedoeling dat je de patroondelen met naadtoeslag uit de stof knipt. Maar goed wat is naadtoeslag precies? En hoeveel naadtoeslag moet je dan aan knippen? En hoe doe je dit? In deze blog vertel ik je hier graag meer over.

De naadtoeslag (ook wel naadwaarde genoemd) is een extra stukje stof dat je aan het patroon knipt. Dit is eigenlijk te vergelijken met een plakrand. De patroondelen die je uit de stof hebt geknipt wil je aan elkaar gaan naaien. Wanneer je patroondelen zonder naadtoeslag uit de stof hebt geknipt, dan heb je hier geen ruimte voor. Je kunt de patroondelen enkel tegen elkaar aan leggen. De naadwaarde zorgt ervoor dat je de 2 patroondelen op de juiste lijn aan elkaar vast kunt stikken.

Er zijn een aantal patronen waar de naadtoeslag al bij is getekend. Maar meestal moet je zelf de naadtoeslag nog erbij tekenen / knippen. Per patroon kan dit verschillen. Wanneer je gebruik maakt van een kant en klaar patroon is het daarom slim om dit altijd even goed na te kijken in de beschrijving.

Hoeveel naadtoeslag knip je aan?

Over het algemeen kan je onderstaand schema aanhouden voor het aantekenen van de naadtoeslag:

Bij rechte naden 1,5 cm
Bij ronde naden 1 cm
Bij zomen 3 – 6 cm
Bij ronde zomen (cirkelrokken) 1 cm

Bij sommige patroondelen heb je natuurlijk rechte naden en ronde naden (bijvoorbeeld bij een mouw). Als beginner is het dan handig om overal gewoon 1,5 cm naadtoeslag aan te houden.

Tip! Kies voor een wat bredere naadtoeslag wanneer je twijfelt over de maat van het te maken kledingstuk. Wanneer het kledingstuk dan uiteindelijk toch wat te strak blijkt te zijn. Dan kun je de naad eenvoudig lostornen en eenvoudig iets verplaatsen door een smallere naadtoeslag aan te houden.

Verschillende manieren om naadtoeslag aan te tekenen / knippen:

– Je kunt eventueel nadat je het patroon hebt overgenomen op patroonpapier zelf de naadwaarde hierbij tekenen, dit kun je eenvoudig doen met een liniaal of meetlint. Het patroon inclusief de naadtoeslag kun je hierna op de stof leggen en langs de rand van het patroonpapier uit de stof knippen. Persoonlijk vind ik het fijner om het patroon zonder naadwaarde uit het patroonpapier te knippen en de naadwaarde dan op de stof aan te geven.

– Je kunt ook de patroondelen (zonder naadtoeslag) op de stof leggen. Met kleermakerskrijt kun je dan vervolgens de naadtoeslag op de stof tekenen. Wanneer je dit hebt gedaan, kun je het patroon eenvoudig over deze lijn uit de stof knippen.

– Deze laatste manier gebruik ik zelf het meest. Er bestaan hele handige naadtoeslagmagneetjes. De magneetjes die ik gebruik zijn 5 mm breed. Wanneer ik dus een naadtoeslag van 1,5 cm wil aanknippen, bevestig ik gewoon eenvoudig 3 magneetjes aan mijn schaar. De magneetjes laat ik tijdens het knippen langs het patroon gaan, zo knip je overal precies evenveel naadtoeslag aan.

Patroondelen met naadtoeslag uit de stof geknipt

Wanneer je alle patroondelen uit de stof heb geknipt is het tijd om het kledingstuk in elkaar te zetten. Tijdens het in elkaar stikken van het kledingstuk kun je gebruikmaken van de streepjes op het naaiplaatje. Houd de stof langs het juiste lijntje, in dit geval 1,5 cm. Zo weet je zeker dat je de naad op de juiste afstand van de rand stikt.

De rand van de naadtoeslag kun je tenslotte afwerken met de zigzagsteek op de naaimachine of de lockmachine. Op deze manier voorkom je dat de stof gaat rafelen.